Voor de mensen die mij kennen is het geen geheim: ik ben al mijn hele leven een fanatieke voorvechter als het gaat om het verminderen van dierenleed. In het jaar 2000 voerde ik een intense kruistocht tegen de beruchte Dierenbeul van Twente. Dat leverde destijds een bizarre en zenuwslopende situatie op: niet de dader, maar ík werd als verdachte gezien. Er werd een tap op mijn telefoon gezet en er werd zelfs een peilzender onder mijn auto geplaatst. (Eind augustus wordt hierover trouwens een spannend drieluik uitgezonden op televisie, maar dat verhaal bewaar ik voor een andere keer). Vandaag wil ik het namelijk hebben over een hele andere kant van dierenleed. Een onderwerp dat me aan het hart gaat en waar maar weinig over gesproken wordt: het leed dat opvang heet.
De valkuil van onvoorwaardelijke dierenliefdeLink naar dit onderdeel
In mijn jaren bij Stichting Zinloos Geweld tegen Dieren heb ik werkelijk van alles gezien. Maar één situatie is me altijd bijgebleven.
Ik kwam in contact met een ontzettend vriendelijke mevrouw uit Den Haag. Ze woonde in een heel gewoon rijtjeshuis en runde vanuit daar een opvang voor honden, katten en allerlei andere dieren. Op een gegeven moment verzorgde ze in dat ene huis maar liefst 46 honden. Van het aantal katten en andere dieren was ze de tel allang kwijt.
De realiteit binnen was schrijnend:
- In haar woonkamer stonden de hokken hoog opgestapeld.
- Zelf sliep ze op de bank, omdat de katten haar slaapkamer en bed volledig hadden overgenomen.
- Zodra je de voordeur opendeed, sloeg een zware ammoniaklucht je tegemoet; je ogen begonnen direct te branden en normaal ademhalen was bijna onmogelijk.
- Al haar geld ging op aan voer en dierenartsen. Zelf had ze letterlijk niets meer over; de buren brachten haar regelmatig een warme maaltijd om te zorgen dat ze bleef eten.
- De honden werden uitgelaten op een klein stukje achtertuin, waar de grond zo verzadigd was dat de urine niet eens meer in de bodem trok.
Natuurlijk klaagde de hele buurt steen en been. Haar grote droom was om ooit een grote boerderij te kopen waar al haar dieren vrij konden rennen en leven. Ik heb vaak met haar gesproken en ik weet honderd procent zeker: deze vrouw had een hart van goud.
Maar precies daarin zat het probleem. Ze was zo verzonken in haar reddingsdrang, dat ze niet meer zag dat ze – ondanks haar goede bedoelingen – de dieren én zichzelf enorm tekortdeed. Het wrange was: iedereen in de omgeving wist hoe schrijnend de situatie was... en tóch bleven mensen maar dieren bij haar over de schutting tillen en aan haar deur afleveren.
Waarom het ook in de paardenwereld vaak misgaatLink naar dit onderdeel
Precies datzelfde patroon zie ik vandaag de dag nog steeds gebeuren. Ook bij paardenopvangcentra.
De laatste tijd verschijnen er regelmatig berichten in het nieuws over opvangen waar de paarden er slecht bij staan en niet de zorg krijgen die ze hard nodig hebben. Dat is intens verdrietig om te zien, maar geloof me: vaak zit daar geen onwil achter. Het begint bijna altijd met liefde en goede bedoelingen.
Ik moet dan vaak denken aan de jaarling die wij ooit hebben opgevangen. Een vrouw kocht een Shetlandpony en kreeg van de verkoper te horen: "Je mag dit jaarling er gratis bij hebben. Als je hem niet meeneemt, gaat hij rechtstreeks naar de slacht."
Wat doe je dan als dierenvriend? Uit pure emotie besloot ze het veulen mee te nemen om hem te redden. Een prachtig, hartverwarmend gebaar. Maar eenmaal thuis bleek de harde realiteit: het jaarling had ernstige knieproblemen die intensieve medische zorg vereisten, én ze had achter haar huis eigenlijk alleen een klein schuurtje waar de Shetlander net aan in paste. Voor het jaarling was simpelweg geen ruimte of geld. Uiteindelijk hebben wij hem toen met spoed opgehaald.
De keiharde € 50.000,- vraagLink naar dit onderdeel
Dit voorbeeld laat precies zien waar de schoen wringt. Bijna iedereen die een dier wil redden, laat zich leiden door emoties — terwijl je verstand op dat moment eigenlijk hard op de rem zou moeten trappen.
Regelmatig krijg ik enthousiaste berichten van mensen die zeggen: "Henk, ik wil ook zo graag een eigen paardenopvang beginnen!"
Mijn allereerste, vaste vraag aan hen is dan altijd: "Heb je minimaal € 50.000,- op een spaarrekening staan die je direct kunt missen?"
Het antwoord raden jullie waarschijnlijk al: Nee.
Mensen onderschatten het enorm. Een opvang runnen — of dat nu voor paarden, honden of katten is — kost echt klauwen met geld. Zeker wanneer je, net als wij, oudere of verwaarloosde paarden opvangt die langdurige medische zorg, aangepast voer en speciale begeleiding nodig hebben.
Toch zijn er in de maatschappij nog steeds genoeg mensen die vinden dat een stichting alles maar 'gratis' moet doen. Fondsen werven of donateurs om hulp vragen, vinden sommige buitenstaanders bijna een vies woord. En geloof me: op social media laten die critici vaak luid en duidelijk van zich horen. (Opvallend genoeg zijn dat bijna altijd de mensen die zelf nog nooit één vinger hebben uitgestoken om dierenleed daadwerkelijk aan te pakken).
Het moeilijkste woord in dit werk: "Nee"Link naar dit onderdeel
Begrijp me alsjeblieft niet verkeerd. Ik wil absoluut niemand ontmoedigen om dieren in nood te helpen of een opvang te starten. Integendeel! Zonder al die betrokken, gepassioneerde vrijwilligers en opvangen zouden er dagelijks talloze dieren tussen wal en schip belanden.
Maar als je eraan begint: doe het met je ogen wijd open.
Mensen die noodgedwongen afscheid moeten nemen van hun dier, staan vaak met hun rug tegen de muur. Ze zijn wanhopig, emotioneel en gaan heel ver om jou te overtuigen om hun dier toch nog te nemen. Voor je het weet ga je overstag en neem je er tóch nog eentje bij, terwijl je ratio al lang schreeuwt dat je de stallen, de tijd en het budget er niet meer voor hebt. En voor je het weet, beland je precies in dezelfde vicieuze cirkel als die mevrouw uit Den Haag.
Geloof me: het aanbod van dieren in nood is altijd honderd keer groter dan wat jij qua capaciteit aan kunt. Je moet dus ijzersterk in je schoenen staan om je eigen grenzen te bewaken en af en toe keihard "nee" te durven zeggen om de kwaliteit van zorg voor de huidige groep te waarborgen. Dat is — met afstand — het allerzwaarste en pijnlijkste onderdeel van dit werk.
Een voortdurende achtbaan van emotiesLink naar dit onderdeel
Daarnaast vergeten veel mensen dat achter het afstaan van een paard heel vaak intens menselijk verdriet schuilgaat. Scheidingen, overlijden, ziekte, faillissementen... wij maken het hier wekelijks mee. Die verhalen gaan je niet in de koude kleren zitten. Je neemt ze aan het eind van de dag mee naar huis, en sommige situaties blijven nog dagenlang door je hoofd spoken.
Het runnen van een opvang is dan ook een niet-te-stoppen achtbaan van emoties:
- Verdriet, om de schrijnende staat waarin sommige dieren binnenkomen.
- Woede, om de onverschilligheid of wreedheid van sommige mensen.
- Ongeloof, over de bureaucratie of hoe verwaarlozing soms jarenlang verborgen blijft.
…Maar gelukkig is er ook blijdschap!Link naar dit onderdeel
Want uiteindelijk zijn er ook altijd weer die magische momenten die alle slapeloze nachten en moeilijke keuzes in één klap goedmaken.
- Het moment dat een paard, dat door iedereen al was opgegeven, weer kracht vindt en tóch herstelt.
- Die eerste keer dat een diep getraumaat en verwaarloosd dier weer een voorzichtig stapje naar je toe zet om aan je hand te snuffelen.
- Of gewoon als ik 's ochtends vroeg met een kop koffie door ons Paddock Paradise loop en zie hoe onze paarden in alle rust en geluk genieten van hun vrijheid, hun kudde en het zonnetje.
Dát zijn de wonderen waarvoor we dit werk doen. Zij maken elke zware, emotionele en moeilijke dag weer dubbel en dwars de moeite waard.
Geniet van jullie dag!
Warme groet,
Henk
